Het diminutiefsysteem in het Bildts: Fries of Hollands?

Eric Hoekstra & Marjo van Koppen

b 102 DUTCH 2001
(met Marjo van Koppen) Het diminutiefsysteem in het Bildts: Fries of Hollands?. In D. Boutkan and A. Quak (eds) Language contact. Substratum, superstratum, adstratum in Germanic languages. Amsterdamer Beiträäge zur Alteren Germanistik. Band 54. Rodopi, Amsterdam - Atlanta, 107-116.

1. Inleiding (noot 1)

In Hoekstra & Van Koppen (2000, deze bundel) hebben we laten zien dat het Bildts een dialect is dat is ontstaan door taalcontact van Friezen en Hollanders. We hebben gezien dat het Bildts een aantal typische Friese en een aantal typisch Hollandse kenmerken bezit. De syntaxis van het Bildts heeft de meeste kenmerken van de Friese syntaxis en hetzelfde geldt voor de fonetiek. De Hollandse kenmerken in het Bildts worden vooral aangetroffen in de woordenschat en in een gedeelte van de morfologie. In dit artikel zoemen we in op het diminutiefsysteem in het Bildts. Dit onderdeel van de taal kan worden gezien als een grensvlak van het lexicon en de morfologie.

Buwalda (1963, 28) merkt op dat het Bildtse diminutiefsysteem afwijkt van zowel het Friese als het Nederlandse systeem. We laten zien dat het Bildts inderdaad op een aantal punten afwijkt van het Fries, maar we laten ook, contra Buwalda (1963), zien dat het Bildts grote overeenkomsten vertoont met het dialect van Gouda. We beschouwen het Gouds als een prototypisch Hollands dialect. Op basis van de taalcontacttheorie van Van Coetsem verwachten we dat het Bildtse diminutiefsysteem Hollandse kenmerken kan vertonen (zie Hoekstra & Van Koppen 2000, deze bundel). Niettemin is het verrassend dat het Bildtse diminutiefsysteem dermate op dat van de Hollandse dialecten lijkt, aangezien de grammatica van het Bildts op de meeste punten sterk op het Fries lijkt.

De inhoud van het artikel is als volgt. We zullen in paragraaf 2 het diminutiefsysteem van het Bildts vergelijken met dat van het Fries. Vervolgens vergelijken we in paragraaf 3 het Bildtse diminutiefsysteem met het Goudse diminutiefsysteem. In de concluderende paragraaf geven we een overzicht van de verkleinuitgangen in het Bildts, Fries en Hollands.

Onze gegevens over het Bildts ontlenen we aan Buwalda (1953, 1958, 1960, 1963), aan Buwalda, Buwalda en Van den Burg (1996), aan een in het Bildts vertaalde roman die we op de computer hebben ingescand ("De Sulverne Rinkelbel. 'n Wonderlike history út de leste helt fan de achttynde eeuw, skreven deur Waling Dykstra, in 't Bildts overset deur Hanne Kukken") en aan de Dialectvragenlijsten van het Meertens Instituut. Voor Friese verkleinwoorden zijn Tiersma (1985) en het Fries-Nederlandse woordenboek van Zantema (1984) gebruikt. De Zuidhollandse diminutieven onderzoeken we aan de hand van Lafeber (1967), een gedetailleerd overzicht van het Gouds, en aan de hand van Daan & Heeroma (1965), een overzicht van de dialekten van Zuid-Holland.

2. Het diminutiefsysteem in het Bildts en het Fries

Het Bildts kent een vijftal uitgangen voor verkleining: -y, -py, -tsy, -sy en -(e)chy (Buwalda 1963). (noot 2,3) Het Fries kent drie uitgangen: -ke, -tsje en -je. De eerste Friese uitgang -ke komt niet voor in het Bildts, zoals onder meer blijkt uit kaart 3 van Pée (1938). Op deze kaart is te zien dat de gebieden die Het Bildt omringen menggebieden zijn, dat wil zeggen dat ze zowel de verkleinuitgang -ke toe laten als de uitgang -tje. Het Bildt daarentegen is het enige gebied in deze regio zonder -ke, wat indiceert dat het Bildtse diminutiefsysteem afwijkt van het Friese.

We nemen aan dat de vormen -tsje (Fries) en -tsy (Bildts) , evenals de vormen -y (Bildts) en -je (Fries), fonologisch verwant zijn; ze zijn trouwens ook etymologisch verwant. In tabel (1) geven we een overzicht van de verkleinuitgangen -y en -je.

-1 fonologische omgeving Bildts Fries
na /ng/ tong - tonchy (tong) tong - tonkje (tong)
na /ft/, /cht/ en /st/ skoft - skoffy

fracht - frachy

kast - kassy

(pauze

(vracht)

(kast)

skof(t)ke/skof(t)sje

frachtsje

kas(t)ke/kastje

(pauze)

(vracht)

(kast)

na /f/, /g/ en /s/ bef - beffy

eg - echy

kas - kassy

(bef)

(eg)

(kas)

bef - befke

mich - michje

tas - taske

(bef)

(mug)

(tas)

na /k/ en /p/ rak - rakky

stoep - stoepy

(rak)

(stoep)

stok - stokje

stoep - stoepke

(stok)

(stoep

na /b/ krab - krappy (krab) krob(be) - krobke (krab)

Het verkleinwoord -y in het Bildts vergeleken met het Fries.



De Friese uitgang -je komt na /ng/, /k/ en /g/. Ook in het Bildts wordt de vorm -y gebruikt na deze klanken. In de andere gevallen waar het Bildts -y heeft wordt in het Fries -ke gebruikt. Het Fries wijkt hier dus af van het Bildts, aangezien de Friese distributie van -je veel kleiner is dan die van het Bildtse -y. Opvallend is de tweede categorie, aangezien het toevoegen van het verkleinwoord zorgt voor het wegvallen van de woordfinale /t/ in zowel het Bildts als het Fries.

De tweede Bildtse verkleinuitgang is -py. Deze uitgang heeft een zeer beperkte distributie: -py komt namelijk alleen voor na een woordfinale /m/. Het Fries kent geen verkleinuitgang die aan -py verwant is. Het Fries gebruikt na een woordfinale /m/ de uitgang -ke.

-2 fonologische omgeving Bildts Fries
na /m/ blom-blompy (bloem) blom - blomke (bloem)

Het verkleinwoord -py in het Bildts vergeleken met het Fries.

Het derde Bildtse verkleinwoord -tsy heeft een Friese variant -tsje de distributie is weergegeven in (3).

-3 fonologische omgeving Bildts Fries
na klinkers, /j/ en /w/ sle - sleetsy

frou - froutsy

dou - doutsy

(slee)

(vrouw)

(duw)

kaai - kaike

frou - froutsje

do - doke

(sleutel)

(vrouw)

(duif)

na /l/, /m/, /n/ en /r/ fyl - fyltsy

lam - lamtsy

kin - kintsy

spoor - spoortsy

(vijl)

(lam)

(kin)

(spoor)

peal - pealtsje

laam - lamke

tún - túntsje

spoar - spoarke

(paal)

(lam

(tuin)

(spoor

Het verkleinwoord -tsy in het Bildts vergeleken met het Fries.

Het Friese -tsje komt evenals het Bildtse -tsy voor na een /l/ en een /n/. In tegenstelling tot de Bildtse variant komt de Friese vorm niet voor na een klinker of na /m/, /r/. In de laatste drie gevallen gebruikt het Fries de verkleinvorm -ke. Het Fries krijgt de uitgang -tsje ook na /d/ of /t/. Het Bildts krijgt hier volgens Buwalda (1963) -sy. We gaan er vanuit dat het hier gaat om dezelfde uitgang. Het woord dat moet worden verkleind eindigt op een /d/ of een /t/; daardoor is het niet te bepalen of de verkleinuitgang -sy ofwel -tsy is. Het Bildts en het Fries hebben, zoals tabel (4) laat zien, dezelfde uitgang na een woordfinale /d/ of /t/.

-4 fonologische omgeving Bildts Fries
na /d/ of /t/ hoed - hoedsy

foet - foetsy

(hoed)

(voet)

hoed - huodsje

foet - fuotsje

(hoed)

(voet

Het verkleinwoord -sy in het Bildts vergeleken met het Fries.

De Bildtse verkleinuitgang -(e)chy heeft geen Friese tegenhanger. Het Fries gebruikt in al deze gevallen de uitgang -ke.

-5 fonologische omgeving Bildts Fries
na kv + /m/, /n/, /ng/

(noot 4)

kam - kammechy

kin - kinnechy

ding - dinchy

(kam)

(kin)

(ding)

kaam - kamke

kin - kintsje

ding - dinkje

(kam)

(kin)

(ding)

na kv + /r(e)/ karre - karrechy (kar) karre - karke (kar)
na kv + /b(e)/, /p/ tobbe - tobbechy

stoep - stoepechy

(tobbe)

(stoep)

tobbe - tobke

stoep - stoepke

(tobbe)

(stoep)

na /je/ waaie - waaiechy (wei) kaai - kaike (sleutel)

Het verkleinwoord -(e)chy in het Bildts vergeleken met het Fries.

Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat het Bildtse diminutiefsysteem een aantal afwijkingen van het Friese vertoont. Ten eerste heeft het Bildts niet de Friese verkleinuitgang -ke. Ten tweede heeft het Bildts twee uitgangen die het Fries niet kent, te weten -py en -(e)chie. Een laatste verschil tussen het Bildtse en het Friese systeem voor verkleining is dat het Bildts de uitgangen -(t)sy en -y in meer contexten gebruikt dan het Fries de uitgangen -tsje en -je. In de contexten waar het Bildts wel en het Fries geen -tsy of -y gebruikt, heeft het Fries altijd de uitgang -ke. Ook in de contexten waar het Bildts -py of -(e)chie gebruikt, heeft het Fries de uitgang -ke.

3. Het diminutiefsysteem in het Bildts en het Hollands

In deze paragraaf vergelijken we de Bildtse en Hollandse diminutiefsystemen met elkaar. Lafeber (1967) beschrijft in zijn grammatica van het Goudse dialect vrij uitgebreid het diminutiefsysteem. We maken voornamelijk gebruik van deze data. Verder gebruiken we data uit Nijen-Twilhaar (1955) (over het Rotterdams) en data uit De Pee (1938).

Het dialect van Gouda heeft vier uitgangen voor verkleining, namelijk -ie, -t(j)ie, -pie en -(e)chie. Het Bildtse -y en het Hollandse -ie zijn fonologisch identiek. De uitgang -ie vinden we in het Goudse dialect terug in dezelfde contexten terug als het Bildtse -y. De distributie van de vormen is weergegeven in tabel (6).

-6 fonolog. omgeving Bildts Gouds
na /ng/ tong - tonky (tong) paaleng - paalenkie (paling)
na /ft/, /cht/ en /st/ skoft - skoffy

fracht - frachy

kast - kassy

(schaft)

(vracht)

(kast)

schoft - schoffie

vracht - vrachie

kast - kassie

(schoft)

(vracht)

(kast)

na /f/, /g/ en /s/ bef - beffy

eg - echy

kas - kassy

(bef)

(eg)

(kas)

neef - nefie

lach - lachie

uis - uisie

(neef)

(lach noot 5)

(huis)

na /k/ en /p/ rak - rakky

stoep - stoepy

(rak)

(stoep)

blok - blokkie

aap - aapie

(blok)

(aap)

na /b/ krab - krappy (krab) - -

Het verkleinwoord -y in het Bildts en -ie in het Gouds

Van de laatste vorm worden geen voorbeelden gegeven in Lafeber (1967). We verwachten echter dat deze vorm op dezelfde wijze wordt verkleind als de Bildtse vorm. Een andere mogelijkheid is dat de dialecten hier voor de standaard Nederlandse variant krabbetje kiezen. In tabel (8) laten we zien dat woorden eindigend op /b(e)/ in zowel het Goudse als het Bildtse dialect kunnen worden verkleind met -(e)chie.

De Bildtse verkleinuitgang -py komt eveneens voor in het dialect van Gouda. De vormen zijn wederom fonologisch identiek. Ze komen voor in dezelfde omgeving, zoals is weergeven in tabel (7).

-7 fonologische omgeving Bildts Gouds
na /m/ blom - blompy (bloem) boom- boompie (boom)

Het verkleinwoord -py in het Bildts en -pie in het Gouds

Ook de Bildtse uitgang -echy komt voor in het dialect van Gouda. De Bildtse en de Goudse vorm zijn wederom fonologisch identiek en hebben dezelfde distributie. Er moet echter worden opgemerkt dat in het Goudse dialect deze verkleinuitgang aan het verdwijnen is, en alleen wordt gebruikt in familiair taalgebruik. Dezelfde tendens wordt ook voor het Bildts gerapporteerd door Buwalda (1963:29) die vermeldt dat deze typisch Bildtse verkleiningsuitgang vroeger veel algemener moet zijn geweest. (noot 6)

-8 fonologische omgeving Bildts Gouds
na kv + /m/, /n/, /ng/ kam - kammechy

kin - kinnechy

ding - dinchy

(kam)

(kin)

(ding)

blom - blommechie

spin - spinnechie

wandeling - wandelinchie

(bloem)

(spin)

(wandeling)

na kv + /r(e)/ karre - karrechy (kar) tor - torrechie (tor)
na kv + /b(e)/, /p/ tobbe - tobbechy

stoep - stoepechy

(tobbe)

(stoep)

tobbe - tobbechie

pop - poppechie

(tobbe)

(pop)

na /je/ waaie - waaiechy (wei) vlooi - vloojchie (vlo)

Het verkleinwoord -(e)chie in het Bildts en in het Gouds

In het dialect van Gouda kan het verkleinwoord -(e)chie in twee andere contexten worden gebruikt, die voor het Bildts niet worden genoemd.

(9) a. Na kv + /l/

bal - ballechie (bal)

b. Na een /d/ die in het meervoud een /j/ wordt

brood - broochie/boojchie (brood)

Uit de kaarten van Pée (1938) blijkt dat de verkleinvorm -(e)chie niet alleen voorkomt in de Hollandse dialecten, maar ook in meer oostelijke dialecten, zoals onder meer in het dialect van Utrecht, Montfort en Zwolle. Ook komt het verkleinwoord voor in Saksische dialekten zoals bijvoorbeeld het Hellendoorns (zie Nijen-Twilhaar 1955). Het is de vraag of het ontstaan van dit verkleinwoord een onafhankelijke ontwikkeling is, of dat we deze -fonologische identieke - uitgangen op een of andere manier aan elkaar kunnen relateren. Een mogelijkheid is om deze overeenkomst te koppelen aan ofwel de Hollandse expansie in de richting van Oost-Nederland, ofwel de Keulse expansie in de richting van Holland (zie Weijnen 1968 voor discussie en referenties). Te denken valt ook aan een relict van Saksische invloed in Holland. Tenslotte is Holland in sterke mate een migratiegebied, als gevolg van de drooglegging van veengebieden, een proces dat immers al in de vroege Middeleeuwen een aanvang nam. Het ligt echter buiten het bestek van dit artikel om uitspraken over de origine van voornoemde verkleinuitgangen nader te onderzoeken. We willen echter nog wel opmerken dat de distributie van de G-uitgang in de oostelijke dialecten, de Hollandse dialecten en het Bildts vrijwel identiek is.

De laatste verkleinuitgang die in het dialect van Gouda voorkomt, is -t(j)ie. Deze verkleinuitgang kan wellicht worden beschouwd als fonologische verwant aan de Bildtse uitgang -tsy. Als we de distributie van beide vormen bekijken, dan wordt dit vermoeden bevestigd, zoals uit onderstaande tabel blijkt.

-10 fonologische omgeving Bildts Gouds
na liquida/klinkers sle - sleetsy

frou - froutsy

(slee)

(vrouw)

stroo - strootjie

vrauw - vrauwtjie

(stro)

(vrouw)

na lv + /l/, /r/ fyl - fyltsy

spoor - spoortsy

(vijl)

(spoor)

paal - paaltie

boor - boortie

(paal)

(boor)

na lv + /n/, /m/ kin - kintsy

boom - boomtsy

(kin)

(boom)

laan - laantjie

-

(laan)

(-)

na /d/, /t/ hoed - hoedsy

foet - foetsy

(hoed)

(voet)

kint - kintjie

lant - lantjie

(kind)

(land)

Het verkleinwoord -tsy in het Bildts en -t(j)ie in het Gouds

De uitgangen -tsy (Bildts) en -t(j)ie (Gouds) vertonen grotendeels dezelfde distributie. Het Bildtse verkleinwoord kan in een aantal andere contexten voorkomen dan de Goudse variant. Het Bildtse -tsy is niet gebonden aan woorden met een lange vocaal (rijen twee en drie uit de tabel). Verder komt de Bildtse verkleinuitgang ook voor na een /m/, in tegenstelling tot het Goudse. Het Goudse dialect kan na een woordfinale /m/ alleen -pie krijgen, zie tabel (7).

In deze sectie hebben we laten zien dat het Gouds en het Bildts een drietal gemeenschappelijke uitgangen hebben, -y, -py en -(e)chie. De fonologische omgeving van deze drie uitgangen is vrijwel identiek in het Gouds en het Bildts. Verder zou ook het verkleinwoord -tsy kunnen worden aangemerkt als overeenkomstig tussen het Bildts en het Gouds. Naar deze laatste vorm zou echter uitgebreider (fonologisch) onderzoek gedaan moeten worden.

4. Samenvatting

In de onderstaande tabel hebben we voor de drie besproken taalvarianten weergegeven in welke context ze welke verkleinuitgang gebruiken.

-11 fonologische omgeving Bildts Gouds Fries
na /ng/ -y -ie -je
na /ft/, /cht/ en /st/ -y -ie -ke
na /f/, /g/ en /s/ -y -ie -je
na /k/, /p/ -y -ie -je / -ke
na /b/ -y ? ?
na /m/ -py -pie -ke
na liquida of klinkers -tsy -tjie -ke
na /l/, /m/, /n/, /r/ -tsy -tie / -tjie -je / -ke
na /d/, /t/ -tsy -tjie - tsje
na kv + /m/, /n/, /ng/ -(e)chy -(e)chie -je / -ke
na kv + /r(e)/ -(e)chy -(e)chie -ke
na kv + /b(e)/, /p/ -(e)chy -(e)chie -ke
na /j(e)/ -(e)chy -(e)chie -ke

verkleinuitgangen in Bildts, Gouds en Fries

Uit het gearceerde gedeelte van de tabel blijkt dat het Fries in een grote hoeveelheid gevallen afwijkt van het Bildts, terwijl het Goudse dialect in geen enkel geval afwijkt van het Bildts. Verder blijkt dat het Bildtse diminutiefsysteem zowel kenmerken van het Friese als van het Goudse (dus Hollandse) systeem heeft, al overheersen de Hollandse kenmerken. De Bildtse vormen -py, -y en -(e)chie komen ook in het Goudse dialect voor, en zelfs in vrijwel exact dezelfde fonologische omgeving. Verder komt de distributie van de Goudse vorm -tjie overeen met de Bildtse vorm -tsy. De Bildtse vormen -y en -(t)sy komen, in een iets andere fonologische vorm, ook voor in het Fries. In het Fries is de distributie van deze vormen echter kleiner. De Friese vorm -ke ontbreekt in het Bildts. Uit de verschillen en overeenkomsten tussen het Fries en het Bildts en het Hollands en het Bildts kunnen we concluderen dat het Bildtse diminutiefsysteem een zeer grote overeenkomst vertoont met het Hollandse systeem. De overeenkomst van het Bildtse met het Friese diminutiefsysteem is echter veel kleiner. De uitspraak van Buwalda (1963) waarin hij zegt dat het Bildtse verkleinuitgangen zowel 'n heel ferskil fertoane met de Nederlandse als met de Friese moet toch enigszins worden bijgesteld: Het Bildtse diminutiefsysteem vertoont enig verschil met het Friese, maar is vrijwel identiek aan het Hollandse.

Als we kijken naar de taalcontactsituatie, bevestigt het Bildtse diminutiefsysteem de conclusie uit Hoekstra & Van Koppen (2000, deze bundel). Het Bildts is voornamelijk gevormd door Friese moedertaalsprekers die het Hollands dialect wilden verwerven. In de taalcontacttheorie van Van Coetsem (1988) wordt aangenomen dat de derivationele morfologie (samen met de woordenschat en de fonologie) het makkelijkst is aan te leren door tweede taalverwervers. In de inleiding merkten we op dat het diminutiefsysteem kan worden gezien als een gedeelte van de taal dat op het grensvlak van (derivationele) morfologie en het lexicon ligt. Dit systeem zou, als we Van Coetsem (1988) volgen, gemakkelijk te verwerven moeten zijn door tweede taalverwervers. We zouden dus verwachten dat het Bildts het diminutiefsysteem van het Hollands heeft. Deze verwachting is bevestigd in het bovenstaande. Als het Bildts voortkomt uit Friezen die Hollands willen leren, dan ligt het voor de hand dat ze hun eigen uitgang -ke vervangen door de in het Hollands gebruikelijke vormen. Een aantal van de vormen die in het Fries worden gebruikt, zijn ook in het Hollands in min of meer dezelfde vorm en distributie terug te vinden. Dit heeft het aanleren van het Hollandse diminutiefsysteem voor de Friese tweede taalverwervers waarschijnlijk alleen maar makkelijker gemaakt.

Bibliografie

Buwalda, H.S. (1953) "Fan de Bildtse groond". Drukkerij Van Leer & De Jong, St. Annaparochie.

Buwalda, H.S. (1958) "De diminutiva yn it Bildts". Us Wurk 7, 62-65.

Buwalda, H.S. (1960) "Over de verba in 't Bildts". In K. Dykstra, K. Heeroma, W. Kok en H.T.J. Miedema (red.) "Fryske Stúdzjes oanbean oan Prof. Dr. J.H. Brouwer op syn sechtichste jierdei 23 augustus 1960". Van Gorcum, Assen, 361-370.

Buwalda, H.S. (1963) "Hoe skrive wy 't in 't Bildts? 'n Handlaiding foor de spelling, en inkele dingen út 'e spraakkûnst". Drukkerij Van Leer & De Jong, St.-Annaparochie.

Buwalda, H.S. , S.H. Buwalda en A.C.B. van der Burg (1996) "Woordeboek fan t Bildts. En list fan toponimen". Fryske Akademy, Ljouwert.

Coetsem, F. van (1988) "Loan Phonology and the Two Transfer Types in Language Contact". Foris, Dordrecht.

Daan, J. en K. Heeroma (1965) "Zuidhollands". Bijdragen en Mededelingen van de Dialectencommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam.

Hoekstra, E. & J.M. van Koppen (deze bundel) "Het Bildts als resultaat van Fries-Hollands taalcontact".

Lafeber, A.P.M. met medewerking van L.B. Korstanje (1967) "Het dialect van Gouda". Oudheidkundige Kring "Die Goude", Gouda.

Pée, W. (1936) "Dialectgeographie der Nederlandsche diminutiva. Deel I en II." Boekdrukkerij G. Michiels-Broeders, Tongeren.

Nijen Twilhaar, J. (1990) Generatieve fonologie en de studie van de Oostnederlandse dialecten. Publicatie van het Meertens Instituut, Amsterdam.

Tiersma, P.M. (1985) "Frisian Reference Grammar". Foris, Dordrecht. Tevens: Fryske Akademy, Ljouwert.

Weijnen, A. (1968) "Nederlandse dialectkunde". Assen: Van Gorcum.

Zantema, J.W. (1984) "Frysk Wurdboek. Frysk-Nederlânsk". A.J. Osinga, Drachten. Tevens: Fryske Akademy, Ljouwert.

Noten

1. Een eerdere versie van dit artikel is gepresenteerd op het Taalkundich Wurkferban van de Fryske Akademy, Ljouwert (Leeuwarden), 30 januari 1999. We bedanken de aanwezigen voor hun vragen, en we bedanken Dirk Boutkan en Arjan Versloot voor hun commentaar op een eerdere versie van dit stuk. De auteursnamen staan in alfabetische volgorde.

2. We geven de uitgangen weer zoals ze worden geschreven in de dialectbesprekingen die we gebruiken. Een van de consequenties hiervan is dat vormen die hetzelfde klinken anders geschreven worden.

3. Bij sommige woorden is het mogelijk om te kiezen uit verschillende uitgangen. Het Bildtse woord tobbe (tobbe) kan worden verkleind met -echy of met -y. Het is niet duidelijk wat de keuze voor het ene of het andere verkleinwoord bepaalt.

4. 'KV' staat voor 'korte vocaal' en 'lv' staat voor 'lange vocaal'.

5. The examples neef en lach zijn voorbeelden uit het Rotterdams.

6. Buwalda baseert zich hiervoor op opmerkingen van B.L. van Albada die van 1816 tot 1828 schoolmeester op Ouwe-Syl was. Van Albada vermeldt verkleinwoorden op -chie en -chje die in het Bildts van Buwalda al niet meer gangbaar zijn, zoals: koppechy, skippechy en mannigje, kippigje, biggigje. De verkleiningsvorm met -G- is vooral bewaard in woorden uitgaande op -E zoals: karrechy, tobbechy, waaiechy.

[ehoekstra@fa.knaw.nl]