ER in de dikke Van Dale: over functiewoorden in het woordenboek
Eric Hoekstra, Fryske Akademy, Ljouwert, 9-6-2000.
Toen ik op het Meertens Instituut werkte, deed ik een ergerniswekkende ontdekking. Om voor een syntacticus
onbegrijpelijke redenen bleek er van allerlei dialecten wel een woordenboek te bestaan maar geen syntaxis. Als
ik dan bij ontstentenis van een syntaxis mijn heil zocht bij het dialectwoordenboek, op zoek naar bijvoorbeeld
wat zinnetjes met ER of met een IPP-effect (dat is hebben + modaal + hoofdwerkwoord zoals in "ik had willen
voetballen"), vond ik nooit wat ik zocht. Het leek me echter niet in strijd met de geest van het woordenboek als
basale syntactische verschijnselen erin terug te vinden zouden zijn. Een woordenboek is immers een boek met
informatie over (een deel van) de woorden van een taal. Een woordenboek kan voor een gegeven woord
informatie bevatten over de uitspraak, over de woordsoort, over het morfologisch paradigma en over de
betekenis. Hiermee begeeft het woordenboek zich dus op de terreinen van de fonologie, de syntaxis, de
morfologie en de semantiek. Daardoor is de aard van de informatie die over elk woord gegeven wordt
encyclopedisch en algemeen. De gegeven informatie is immers niet diepgravend of vakspecialistisch. Bij de
gebruiker van een woordenboek hebben we dan ook niet de specialist voor ogen maar de doorsneegebruiker
van de Nederlandse taal. Daarmee is echter niet gezegd dat het huidige woordenboek een optimale synthese zou
zijn van de belangrijkste informatie uit de verschillende domeinen van de grammatica. De conceptuele opzet
van een woordenboek is voor wat betreft de grammatica in de afgelopen honderd jaar namelijk niet wezenlijk
veranderd. De moderne hulpmiddelen en technieken (computer, Key Word In Context) worden weliswaar
benut, maar de nieuwe grammaticale inzichten niet. En dat terwijl ons inzicht in syntaxis en morfologie wel
fundamenteel veranderd is. We weten daar nu veel meer van dan honderd jaar geleden. Deze nieuwe inzichten
zijn van belang voor de behandeling van functiewoorden. Onder functiewoorden, of grammaticale woorden,
versta ik woorden die vooral van belang zijn voor syntaxis of morfologie, zoals ER, DE, HET, DIE, DAT,
enzovoorts. Het is niet onredelijk om te verwachten dat de nieuwe inzichten op het gebied van morfologie en
syntaxis benut worden, voor zover van belang voor de gebruiker, bij de behandeling van functiewoorden in het
woordenboek.
Het woordenboek vond zijn vorm in een tijd toen betekenis het meest variabele aspect aan woorden leek te zijn.
Het is voor een inhoudswoord bijzonder nuttig en verhelderend om informatie erover in te delen op basis van
betekenisonderscheidingen. Als een inhoudswoord meerdere betekenissen heeft, geeft het woordenboek een met
cijfers genummerde opsomming daarvan. Een voorbeeld uit de Van Dale is het woord "eppe" (lay-out is
aangepast):
eppe (de; g.mv.) [(1201-1250) < Lat. apium (eppe, selderie), van apis (bij), dus eig. 'door de bij bezochte plek'] (plant.)
1 selderie
2 (gew.) blaartrekkende boterbloem
3 wilde eppe,peterselie, hondspeterselie.
eppe()blad. eppekruid (het) (gew.), lavas.
Ik ga nu het lemma analyseren op basis van het soort informatie dat wordt gegeven.
1. eppe
De klemtoon, een stukje fonologische informatie, wordt door onderstreping van de beginletter aangegeven.
2. (de; g.mv.)
Woordgeslacht, dat relevant is voor zowel syntaxis als morfologie, wordt aangegeven door het lidwoord te vermelden. Vervolgens wordt vermeld dat er geen meervoud bestaat, een morfologisch feit met syntactische repercussies.
3. [(1201-1250) <Lat. apium (eppe, selderie), van apis (bij), dus eig. 'door de bij bezochte plek']
Hier wordt vrij uitgebreide historisch-fonologische (etymologische) informatie gegeven.
4. 1 selderie 2 (gew.) blaartrekkende boterbloem 3 wilde eppe, peterselie, hondspeterselie.
Hier wordt een lijst van de belangrijkste betekenissen gegeven.
5. eppe()blad. eppekruid (het) (gew.), lavas.
Hier wordt informatie over samenstellingen gegeven, hetgeen als morfologische informatie kan worden aangemerkt.
We zien dus hoe een woordenboeklemma voor een eenvoudig woord als "eppe" informatie uit de verschillende domeinen van de grammatica bevat: fonologie, morfologie, syntaxis, semantiek en etymologie.
Vanuit het perspectief van de woordenboekmaker speelt bij alle informatie de vraag: welke informatie-classificatie moet gemaakt worden? In de syntaxis zoals die in het woordenboek verschijnt, is de belangrijkste classificatie gebaseerd op woordsoort. We zullen straks zien dat een woordsoortclassificatie voor de gebruiker weinig verhelderend is om enig inzicht in het gebruik van het woordje ER te krijgen. Ook de betekenis is onvoldoende verhelderend waar het gaat om inzicht in ER. Bij grammaticale woorden (functiewoorden), zo heeft taalkundig onderzoek geleerd, speelt betekenis een minder essentiële rol dan bij inhoudswoorden. Bijvoorbeeld bij DE (lidwoord) of ER (bijwoord, voornaamwoord) speelt betekenis een minder belangrijke rol dan bij inhoudswoorden als "eppe" of "pindakaas". Bij grammaticale woorden is een betekenis, zo die al bestaat, niet in natuurlijke taal te beschrijven. Het is eveneens uitgesloten dat men de betekenis van DE in een voor leken bedoeld woordenboek met behulp van de wiskundige theorie van gegeneraliseerde kwantoren zou beschrijven, zoals semantici dat proberen te doen. Voor de grammaticale woorden in een woordenboek is het nut van een classificatie gebaseerd op betekenisonderscheidingen dus beperkt.
In zijn algemeenheid kan echter verlangd worden dat de classificatie van het woordenboekartikel van DE zich houdt,
net als het woordenboekartikel voor "eppe", aan het onderstaande Classificatiecriterium:
Classificatiecriterium:
een woordenboekartikel moet een voor de gebruiker relevante classificatie van het gebruik van een woord geven.
Bij inhoudswoorden is een classificatie van betekenissen natuurlijk relevant voor de gebruiker. Maar bij functiewoorden zoals DE en ER geeft betekenis de gewone woordenboekgebruiker onvoldoende houdvast. Het is dan ook niet gemakkelijk de betekenissen van DE en HET in natuurlijke taal weer te geven, laat staan het betekenisverschil tussen beide. Voor dergelijke woorden is de syntactische functie van het woord daarentegen van groot belang. Aan de hand van voorbeelden zouden dergelijke woorden niet op grond van hun betekenis maar op grond van hun syntactische functie ingedeeld moeten worden. Dat zou althans in overeenstemming zijn met het classificatiecriterium.
Aan de hand nu van het Classificatiecriterium zal ik het woordenboekartikel voor ER in de dikke Van Dale (dertiende druk, 1999) gaan bekritiseren en vervolgens voorstellen doen voor artikelen die wel in overeenstemming met het Classificatiecriterium zijn.
3.1. Inleiding
ER is één van de lastigste woorden in de Nederlandse taal, omdat het zoveel functies heeft. Op de RUG heb ik wel
eens een anekdote gehoord over een promovendus die een proefschrift over ER zou gaan schrijven. De
hoofdstukindeling had ie al paraat: 1. ER1; 2. ER2; 3. ER3, enzovoorts. Hoe pakken woordenboeken het woord ER
aan? Welnu, ze hebben als syntactisch indelingscriterium de woordsoort. Helaas helpt dat niet om grip te krijgen op de
vele functies van woorden als ER. Het andere classificatiecriterium dat woordenboeken gebruiken is betekenis. Dat
werkt evenmin, zoals ik aanstonds zal laten zien. In de syntaxis daarentegen bestaat al langere tijd een globale
classificatie van gebruiksinformatie over ER. In sectie 3.2 zal ik eerst samenvatten hoe die syntactische classificatie
van het "syntactische" woordje ER eruit ziet. Ik baseer mijn samenvatting op de Algemene Nederlandse Spraakkunst
(ANS 1997:464-466).
3.2. Syntactische Classificatie van ER
Er worden in de ANS vier hoofdsoorten ER onderscheiden.
1. Locatief
Voorbeeld: (Woont hij in Den Haag?) Hij woont er al jaren.
Gelijksoortige woorden: HIER, DAAR, WAAR, ERGENS, NERGENS, OVERAL.
2. Prepositioneel
Voorbeeld: (Dat probleem.) Zal ik erover praten of zal ik er niet over praten?
Gelijksoortige woorden: HIER, DAAR, WAAR, ERGENS, NERGENS, OVERAL.
3. Presentatief
Voorbeeld: Er huilt iemand / niemand / een baby. Wie huilt er? Er staat wat te gebeuren. Er wordt gedanst.
Presentatief ER komt bij uitstek voor bij onbepaalde onderwerpen zoals: "iemand", "niemand", "wie" en andere vraagwoorden, en bij onderwerpen beginnende met een telwoord, "een", "wat", "een paar", "enkele", enzovoorts.
4. Kwantitatief
Voorbeeld: (Heeft u ook rozen voor mij?) Ik heb er nog tien.
Kwantitatief ER komt bij uitstek voor bij naamwoordelijke constituenten zonder naamwoordelijke aanvulling (# Ik heb er nog tien rozen) en minimaal bestaande uit een telwoord, of woorden als "wat", "een paar", "geen", enzovoorts.
Hiermee is een globaal beeld van het gebruik van ER geschetst, zonder dat onnodig in detail wordt getreden. Doet de
dikke Van Dale zijn voordeel met dit soort encyclopedische en voor de gebruiker nuttige syntactische kennis?
3.3. ER in de dikke Van Dale
Bezie eerst hoe de dertiende uitgave van Van Dale ER aanpakt (lay-out aangepast):
1er (bw.) [(1237) in het Mnl. gewoonlijk aan het voorgaande woord vastgeschreven. Vaak gebruikt als synoniem van daar, waartoe het samenvallen na een t en een d heeft bijgedragen: hij heeft er vijf < hij heeft der vijf]
1 op de aangewezen, aangeduide plaats, syn. daar: wie waren er? (b.v. in de kerk, op het concert, in de vergadering, aan de deur); dat boek is er niet (b.v. in de bibliotheek); ik zal er even aangaan, aanlopen (b.v. bij de dokter, op de gemeentesecretarie); er zijn, het doel bereikt hebben, (meestal fig.) geslaagd zijn, gereed zijn met een werk; ik ben er al, ben al opgestaan, ben ter plaatse; - (als onbeklemtoond equivalent van daar - ; als eerste lid met sommige voorzetsels of bijwoorden verbonden tot een persoonlijk, aanwijzend of betrekkelijk voornaamwoordelijk bw., met wisselend accent) met dezelfde waarde als de verb. 'voorzetsel + dat / die' (het gebruik van deze voornaamwoordelijke bw. m.betr.t. personen is beperkt tot minder formele (gesproken) taal, maar niet voor iedereen aanvaardbaar): eraan, erachteraan, erachterdoor, erachterin, erachterop, erachtervandaan, erachter, eraf, erbeneden, erbij, erbinnenin, erbovenin, erbovenlangs, erbovenop, erbovenuit, erboven, erbuitenop, erdoorheen, erdoor, erheen, erin, erlangs, ermee, ernaartoe, ernaar, ernaast, erna, ernevens, eromheen, eromtrent, erom, eronderdoor, eronderin, eronderlangs, eronderuit, eronder, eropaf, eropin, eropuit, erop, eroverheen, erover, ertegenaan, ertegenop, ertegen, ertoe, ertussendoor, ertussenin, ertussenuit, ertussen, ervandaan, ervan, ervoor, erzonder(in minder formele (gesproken) taal worden deze voornaamwoordelijke bw. zeer vaak gesplitst zodat "er" door andere elementen van de zin van het tweede lid gescheiden wordt): Hij kroop er langzaam onderuit
2 in onbepaalde betekenis, zonder aan een plaats te denken: niemand was er te vinden die het doen wilde; zo iemand leeft er niet; dat is er niet, bestaat niet; er was eens een koning; er woonde daar (in die stad) een rijk man; er wordt hier een museum gebouwd; er wordt gepraat, gelachen.
2er (vnw.), (oude 2e naamval van het pers. vnw. 3e pers. mv.) van die of van zulke personen of zaken:geef mij een
paar sigaren, zijn er nog veel in het kistje?; ik ken er enigen; er zijn er (van hen, van de mensen) die zoiets niet zouden
doen; er zijn er velen. [2]
Ik ga nu deze beide lemmata voor ER analyseren en er kritiek op leveren.
3.4. Kritiek op de betekenis-classificatie van de lemmata
De structuur van de informatie is als volgt. Er zijn twee lemmata ER: 1ER en 2ER. 1ER onderscheidt twee
betekenissen voor ER:
1 op de aangewezen, aangeduide plaats, syn. daar:
2 in onbepaalde betekenis, zonder aan een plaats te denken
Onder de eerste betekenis wordt niet onterecht het gebruik van ER als bijwoord van plaats genoemd. Maar vervolgens wordt bij die eerste betekenisomschrijving het gebruik van ER bij voorzetsels eveneens ondergebracht, zie de lijst in het woordenboekartikel die begint met "eraan". Toch betekent ER in de zin "hij strijdt ertegen" niet "hij strijdt tegen de aangewezen, aangeduide plaats". De eerste betekenisomschrijving voldoet dus niet. [3]
Het tweede lemma geeft als betekenis "van die of van zulke personen of zaken". Deze betekenisomschrijving is
weliswaar correct maar geeft de gebruiker nog onvoldoende inzicht in het gebruik van ER. Bij een grammaticaal
woordje zoals ER is een opsomming van betekenissen niet genoeg; de functies van ER dienen te worden uitgelegd, op
de manier zoals dat in de ANS gebeurde.
3.5. Kritiek op de aan ER toegekende woordsoorten
De Algemeen Nederlandse Spraakkunst rubriceert ER consequent als bijwoord. De Van Dale daarentegen maakt een
zeer kunstmatig onderscheid tussen ER als bijwoord en ER als voornaamwoord. ER is volgens Van Dale een bijwoord
met als betekenis "daar" in (a) hieronder, terwijl het een voornaamwoord is met betekenis "van die / daarvan" in (b)
hieronder:
(a) Ik heb er niets van gehoord.
(b) Zijn er nog veel in het kistje.
In beide gevallen is ER echter een bijwoord (zie ANS). Het zou daarom juister zijn om ER in beide gevallen als bijwoord te betitelen. Het is onduidelijk waarom ER volgens de Van Dale een voornaamwoord is in (b) maar niet in (a).
De Van Dale impliceert dat er een onderscheid is tussen (a) en (b). Dat wordt echter niet in de lemmata uitgelegd.
Vermoedelijk betreft het onderscheid het feit dat ER in (a) door andere R-woorden (bijvoorbeeld HIER, DAAR)
vervangen kan worden, terwijl dat in (b) niet zo is, zoals in de ANS staat beschreven en hieronder geïllustreerd wordt:
(c) Ik heb er / daar / hier niets van gehoord.
(d) Zijn er / #daar / #hier nog veel in het kistje
In (c) worden alledrie R-woorden als behorende bij het voorzetsel geconstrueerd. In (d) kunnen DAAR en HIER niet met het indefiniete VEEL geconstrueerd worden; ze krijgen vervolgens een interpretatie als bijwoord van plaats, hetgeen in (c) niet gebeurt. Het woordsoortonderscheid wordt in feite gebruikt om een verschil in gebruik te coderen op een manier die voor de gebruiker niet transparant is. Het verschil tussen 1ER en 2ER wordt op basis van een controversiële woordsoorttoekenning gemaakt maar is weinig verhelderend, zoals ik zonet liet zien.
Het tweede ER-artikel handelt over het kwantitatieve ER, dat wil zeggen, het ER dat voorkomt bij kwantitatieve
uitdrukkingen bestaande uit telwoorden en woorden als VEEL, EEN PAAR, enzovoorts. Dit 2ER wordt, in
tegenstelling tot 1ER, gerubriceerd als een voornaamwoord. Mij is onduidelijk waarom 1ER niet eveneens een
voornaamwoord is. Een voornaamwoord is een verwijzend element, en 1ER is evengoed een verwijzend element als
2ER. In het eerste lemma worden zelfs regelmatig mogelijke verwijzingen voor 1ER gesuggereerd. Het is mij niet
duidelijk welke definitie van voornaamwoord Van Dale hanteert, zodanig dat 1ER er niet onder valt en 2ER wel. Ik
zou ER consequent als een bijwoord willen aanduiden, zoals in de ANS.
3.6. Kritiek op het door elkaar halen van twee zeer verschillende functies van ER
In het midden van de eerste subartikel van het eerste lemma wordt over het gebruik van ER bij voorzetsels gezegd:
- (als onbeklemtoond equivalent van daar - ; als eerste lid met sommige voorzetsels of bijwoorden verbonden tot een
persoonlijk, aanwijzend of betrekkelijk voornaamwoordelijk bw., met wisselend accent) met dezelfde waarde als de
verb. 'voorzetsel + dat / die'
In feite wordt midden in een subartikel nu een andere betekenis gegeven. Het subartikel begon met ER als een
bijwoord van plaats en nu is het ineens een bijwoord voor zaken geworden. Zie verder 3.4. Maar hier is nog iets anders
mis. Er worden in dit artikel twee verschillende functies van ER op één hoop gegooid. Ik geef twee voorbeelden uit het
desbetreffende artikel:
(e) dat boek is er niet
(f) hij kroop er langzaam onderuit
Zin (e) is een geval van wat de ANS presentatief ER noemt, en zin (f) een geval van wat de ANS prepositioneel ER noemt. Die twee ERREN zijn volstrekt verschillend. In (e) vervangt ER een combinatie van een locatieve constituent zoals "in de bibliotheek", in (f) echter een naamwoordelijke constituent zoals "zijn depressie" in: hij kroop langzaam onder zijn depressie uit.Los van de reeds eerder aangeroerde betekenisproblemen zien we hier hoe twee verschillende soorten ER (in de terminologie van de ANS, presentatief ER en prepositioneel ER) volslagen door elkaar worden gehaald.
Het tweede ER-artikel handelt over het kwantitatieve ER, dat wil zeggen, het ER dat voorkomt bij kwantitatieve
uitdrukkingen zoals telwoorden en woorden als VEEL, EEN PAAR, enzovoorts. Opde gepresenteerde voorbeelden
valt echter wel wat af te dingen. Een voorbeeld uit het woordenboekartikel luidt: "zijn er nog veel in het kistje". Helaas
is dit eveneens een geval van presentatief ER. Er worden dus ook weer verschillende soorten ER door elkaar gehaald,
wat didactisch gezien onverstandig is. Een beter voorbeeld is het eveneens in het woordenboekartikel gegeven: "ik ken
er enigen", dat een eenduidig voorbeeld van kwantitatief ER is. Het verschil tussen beide soorten ER illustreer ik
hieronder. Bij presentatief ER bij subjecten is een nominale aanvulling mogelijk, hetgeen bij kwantitatief ER niet
mogelijk is:
(g) Kwantitatief ER
Ik zie er drie / # Ik zie er drie jongens
(h) Presentatief ER
Lopen er drie op straat? / Lopen er drie jongens op straat
Het woordenboekartikel haalt de verschillende functies van ER door elkaar.
3.7. Uitleiding
Het gaat ons erom dat het woordenboek op heldere wijze de hoofdlijnen van het gebruik van ER geeft. Dat is in de
dikke Van Dale niet het geval, want de woordsoortenindeling is niet alleen niet-inzichtgevend maar bovendien
controversieel. Ook de betekenisindeling kenmerkt zich door onmacht en trivialiteit, en dat komt simpelweg doordat
een woord als ER niet in termen van betekenisonderscheidingen te vangen valt. Een correcte indeling in lemmata voor
ER moet zich baseren op het syntactisch gebruik. De hoofdlijnen van dat gebruik worden in de ANS maar ook in
andere grammatica's gegeven en kunnen door de woordenboekmakers worden overgenomen.
4. Een herschreven ER-artikel
4.1. Een herschreven ER-artikel
De gezamenlijke artikels voor het eerste en het tweede ER houden dus een flagrante schending in van het Criterium
van de Relevantie van Classificatie. Het heldere overzicht dat bij inhoudswoorden aangetroffen kon worden is
helemaal zoek. De gebruiker wil natuurlijk geen verhandeling over R-pronomina (een term voor de groep ER, HIER,
DAAR, WAAR, ERGENS, NERGENS, OVERAL) voorgeschoteld krijgen, maar dient wel middels voorbeeldzinnen
het gebruik geïllustreerd te krijgen. Wat de woordsoortproblematiek betreft, volg ik de ANS en rubriceer ER
consequent als een bijwoord. De betekenisomschrijvingen van het woordenboek zijn nu gecorrigeerd en dienen slechts
ter aanvulling van de functionele opdeling van de lemmata voor ER. Hieronder een voorstel voor een herschreven
ER-artikel, waarbij ik het eerste voorkomen van het woord, al dan niet in een bepaalde functie, niet heb aangegeven [4]:
1er (bw.)
1 op de aangewezen, aangeduide plaats, syn. daar: hij woont er (b.v. in die boerderij); dat boek is er niet (b.v. in de bibliotheek); ik zal er even aangaan, aanlopen (b.v. bij de dokter, op de gemeentesecretarie).
2 vage plaatsaanduiding bij meest onbepaalde frasen als "wie", "wat" "iemand", "veel", "een + nw." en bij telwoorden zoals: wie zijn er allemaal ziek (b.v. op kantoor); er lachte iemand (b.v. in de klas); er loopt een agent op straat; er staat wat te gebeuren.
Andere plaatsaanduidingen: hier, daar, ergens, nergens, overal, waar.
2er (bw.)
als eerste lid met sommige voorzetsels of bijwoorden verbonden (met wisselend accent) met dezelfde waarde als de verb. "voorzetsel + dat / die" (het gebruik van dit vnw. m.betr.t. personen is beperkt tot minder formele (gesproken) taal, maar niet voor iedereen aanvaardbaar): eraan, erachteraan, erachterdoor, erachterin, erachterop, erachtervandaan, erachter, eraf, erbeneden, erbij, erbinnenin, erbovenin, erbovenlangs, erbovenop, erbovenuit, erboven, erbuitenop, erdoorheen, erdoor, erheen, erin, erlangs, ermee, ernaartoe, ernaar, ernaast, erna, ernevens, eromheen, eromtrent, erom, eronderdoor, eronderin, eronderlangs, eronderuit, eronder, eropaf, eropin, eropuit, erop, eroverheen, erover, ertegenaan, ertegenop, ertegen, ertoe, ertussendoor, ertussenin, ertussenuit, ertussen, ervandaan, ervan, ervoor, erzonder (in minder formele (gesproken) taal wordt de verb. van nw. en voorzetsel of bijwoord zeer vaak gesplitst zodat "er" door andere elementen van de zin van het tweede lid gescheiden wordt): hij kroop er langzaam onderuit, hij kroop langzaam eronderuit; ze spraken erover, ze spraken er niet over.
hier, daar, ergens, nergens, overal, waar.
3er (bw.)
(oude 2e naamval van het pers. vnw. 3e pers. mv.) van die of van zulke personen of zaken, vage aanduiding bij
telwoorden, bij woorden als "enigen" "twee", "veel", "geen" en andere hoeveelheidsaanduidende frasen: geef mij een
paar sigaren, zijn er nog veel in het kistje?; ik ken er enigen; er zijn er (van hen, van de mensen) die zoiets niet zouden
doen; ik heb er twee; heb jij er geen?
In deze artikelen voor ER heb ik getracht de belangrijkste grammaticale functies van ER uit te splitsen [5] en aan de
hand daarvan de lemmata ten opzichte van elkaar af te bakenen, overeenkomstig het Classificatiecriterium. Bij de
woordsoortentoekenning heb ik een minder controversiële keus gedaan: de term "voornaamwoord" heb ik
vermeden.[6] Een en ander leidt tot een overzichtelijk en syntactisch verantwoord geheel, zonder dat de gebruiker met
moeilijke termen wordt lastig gevallen. Het feit dat presentatief ER bij indefiniete subjecten voorkomt is uitgelegd
door de voorbeelden slim te kiezen, en door enkele voorbeelden van indefiniete constituenten te geven. Hier kan
trouwens ook overwogen worden een complete opsomming van indefiniete constituenten te geven. Hetzelfde geldt
voor kwantitatief ER (mijn derde ER-lemma]).
4.2. Pleidooi voor opsomming van combinaties met functiewoorden in het woordenboek
Wat echter wel geslaagd is in het eerste ER-artikel in de Van Dale, is de opsomming van combinaties van ER met voorzetsels, want daarmee wordt een voor de gebruiker direct begrijpelijk feit over ER gegeven. Door de opsomming van voorbeelden is terminologie hetzij overbodig, hetzij duidelijk geïllustreerd.
Een opsomming van gezamenlijk optredende functiewoorden ontbreekt doorgaans in een woordenboek. Zo wordt in de dikke Van Dale bij DE niet het andere lidwoord HET genoemd, terwijl daarmee toch de term lidwoord hetzij vermeden hetzij uitputtend uitgelegd kan worden. Zo ook zou er bij het vraagwoord WAT naar de overige vraagwoorden kunnen worden doorverwezen.
Niettemin gebruikt de Van Dale soms wel opsomming. Bij ER worden immers alle combinaties van ER + voorzetsel opgesomd, en die combinaties staan vervolgens ook weer afzonderlijk als lemma in het woordenboek. Indien het woordenboek dan toch gebruik maakt van opsomming, dan verdient het zeker aanbeveling om er bij 1ER in de Van Dale op te wijzen dat de bijwoorden HIER, DAAR, ERGENS, NERGENS, WAAR en OVERAL zich op overeenkomstige wijze gedragen. Vervolgens vragen wij ons af of bij de lemmata voor HIER, DAAR, ERGENS, NERGENS, WAAR en OVERALook de opsomming van combinaties met voorzetsels wordt gegeven. Dat blijkt bij DAAR, WAAR [7] en HIER inderdaad het geval te zijn, maar niet bij: ERGENS, NERGENS en OVERAL.
In dit artikel heb ik de woordenboekbeschrijving van ER in de nieuwste druk van de dikke Van Dale gelegd naast (de hoofdlijnen) van een syntactische beschrijving van ER, zoals die bijvoorbeeld uit de Algemene Nederlandse Spraakkunst of een andere grammatica te destilleren valt. Er zit immers al syntaxis in het woordenboek door de woordsoortindeling en door het gebruik van syntactische terminologie. Waar het om gaat, is dat de woordenboekbeschrijving van functiewoorden door meer aandacht aan syntaxis te geven aan helderheid kan winnen. Te verwachten valt dat ook mensen die Nederlands leren bij een dergelijke functie-gestuurde indeling van functiewoorden meer baat zullen hebben. Kortom, het woordenboek kan zijn voordeel met syntaxis doen.
Noten
[1] Ik bedank Siebren Dyk, Anne Dykstra en Willem Visser voor hun inspirerend commentaar, en de redactie van
Trefwoord voor stylistische correcties..
[2] Een derde ER-lemma is in de tekst weggelaten aangezien het niet relevant is. Dat betreft het regionale gebruik van
ER als persoonlijk voornaamwoord; het lemma is hieronder gegeven.
3er (bez.vnw.) 1 (spreektaalvorm van) haar (zie ald.) 2 (spreektaalvorm van) hun (zie ald.).
[3] Een puntje van kritiek van ondergeschikt belang op de eerste betekenisomschrijving in het eerste lemma is dat niet
alleen DAAR maar ook HIER een synoniem van ER kan zijn. Bijvoorbeeld, in de zin "mijn chef is er niet" betekent
ER HIER.
[4] Het is trouwens interessant om niet alleen naar het eerste voorkomen van een woord te kijken maar ook, indien het
een woord als ER betreft, naar het eerste voorkomen van ER in een bepaalde functie.
[5] Het gebruik van ER / DAAR als versterking bij modaal ME laat ik achterwege. Dit gebruik wordt in de Van Dale
trouwens niet onder ER of DAAR genoemd, maar alleen onder ME. Twee voorbeelden van dit gebruik worden
hieronder gegeven:
(ii) Hij heeft me er toch veel geld voor betaald
ER kan trouwens alleen als modale versterking dienen als het eveneens een andere functie heeft; in (ii) is ER eveneens
prepositioneel. In (i) is ER naar mijn oordeel uitgesloten.
[6] Strikt gesproken is ER altijd een voornaamwoordelijk element in de zin van een verwijzend element. De term
voornaamwoord legt echter ten onrechte een verband met naamwoorden. Een geschiktere term zou zijn het een
variabele te noemen.
[7] Bij WAAR als onderschikkend voegwoord staat in de Van Dale onder andere vermeld:
4waar I (ondersch.voegw. van tijd), (w.g.) (ter inleiding van een bijzin van tijd die een gelijktijdigheid uitdrukt die een
tegenstelling impliceert) terwijl2 (2): waar Harm straalde en juichte als een debutant, hingen de anderen uitgeput tegen
de dranghekken
Er hoeft echter niet van gelijktijdigheid sprake te zijn, maar hoogstens van vergelijkbare situaties waarbinnen een
contrast wordt gepresenteerd. Het volgende voorbeeld maakt één en ander duidelijk: waar Harm toendertijd gestraald
en gejuicht had als een debutant, hingen de anderen nu uitgeput tegen de dranghekken. Bij WAAR in dit gebruik is
geen sprake van gelijktijdigheid.
[Einde] [Commentaar naar: ehoekstra@fa.knaw.nl]